Meditatie september

LAAT HEB IK U LIEFGEHAD
Zondag 28 augustus was het de zogenaamde ‘naamdag van Sint Augustinus’ in de traditie van de kerk van Rome. Omdat het ons als reformatorische christenen vreemd is om heiligen te vereren, kan het ook zomaar zijn dat wij het Bijbelse woord vergeten, dat wij de voorgangers zullen gedenken, door wie het de Heere in het verleden behaagd heeft om Zijn kerk te zegenen. Dat doen wij door hun voorbeeld na te volgen en vooral hun woord, zoals God dat gegeven heeft met zegen te bewaren. Heiligen zijn niet de bemiddelaars van ons heil, maar wel de middelen door wie God ons zegenen kan met inzicht ten aanzien van geloof en leven voor God.

Aurelius Augustinus (354-430) was bisschop van Hippo in Noord-Afrika. Hij maakte het diepe verval van het christelijke Romeinse rijk mee. Monumentaal is zijn boek over De Stad Gods. Maar inniger en nog dichter bij het hart zijn de eerlijke geestelijke Belijdenissen waarin hij de hele gang van zijn leven langs gaat om op te merken hoe God zijn trots en verzet heeft weggesmolten in onverdiende genadige liefde. Wie dit boek leest, die zal merken dat het van een tijdloze grootheid is, een boek dat met veel zegen en herkenning nog steeds door velen, oud en jong wordt gelezen.

Enkele bekende passages uit boek 10 geef ik hier in vertaling graag ter meditatie aan u en jullie door:

Laat heb ik U liefgehad, Schoonheid zo oud en toch nieuw, laat heb ik U liefgehad!
En zie, U was binnen en ik buiten en daar zocht ik U en ik rende, zo wanstaltig als ik was, af op die mooie dingen die U gemaakt hebt
U was met mij, maar ik was niet bij U
Die dingen hielden mij ver weg bij U vandaan, die niet zouden hebben bestaan als ze niet in U waren. U hebt geroepen en geschreeuwd en mijn doofheid verbroken
U hebt geblonken, U hebt geschitterd en mijn blindheid verjaagd
U hebt gegeurd en ik snoof die geur in en ik snak nu naar U
Ik heb geproefd en nu honger en dorst ik, U hebt mij aangeraakt, en ik sta in vlam naar Uw vrede.
(XXVII)

En heel mijn hoop is alleen gevestigd op Uw zeer grote barmhartigheid
Geef wat U beveelt en beveel wat U wilt
U draagt ons op ons te onthouden
‘En toen ik wist’ zei iemand ‘dat niemand zich kan onthouden, tenzij God het geeft, was dit ook zelfs wijsheid om te weten van wie deze gave komt’
Door onthouding worden wij immers samengebonden en teruggebracht tot de Ene, van Wie wij in een veelheid uiteen zijn gevloeid
Want hij heeft u minder lief, die iets naast U liefheeft, dat hij niet omwille van U liefheeft, o Liefde die altijd brandt en nooit meer uitdooft, Liefde, mijn God, steek mij in brand!
U beveelt onthouding: geeft wat u beveelt en beveel wat U wilt.
(XXIX)

Ds. M. A. van den Berg

Start typing and press Enter to search