Meditatie november

Dankdag – geen tranen maar vreugde
Wees niet bedroefd, want de vreugde van de HEERE, dat is uw kracht. (Nehemia 8 : 11-c)

Dankdag 2020
Voor velen misschien eerder een treurdag. Vanwege alles wat het coronavirus heeft teweeg gebracht. Werkeloosheid, faillissementen, verliezen qua inkomsten. En niet te vergeten al het psychische leed, de eenzaamheid en de voortdurende zorg voor en om geliefden.

Dat kan dus, dat een bijzondere dag een treurdag wordt. Dat ervoer lang geleden ook het volk Israël. Op Nieuwjaarsdag 444 v. Chr., de eerste dag van de zevende maand. Een bijzondere feestdag, een heilige dag voor de Heere. Van feesten was jaren niets terecht gekomen. Zeker, het volk was weer terug uit Babel. Maar het ervoer tegenslag op tegenslag en er heerste behoorlijke moedeloosheid.

Volgens Leviticus 23 moesten op die dag in alle vroegte de bazuinen schallen om de mensen naar een centrale plaats in Jeruzalem te nodigen. In dat jaar klinken na jaren de bazuinen ook weer. En de mensen haasten zich naar de verzamelplaats in Jeruzalem: het plein voor de Waterpoort. Prachtig, niet alleen mannen en vrouwen, maar ook jongeren. En de verwachtingen zijn hooggespannen.

En waar vraagt het volk om? Om de wet van Mozes. De Thora. Ze vragen het aan Ezra, de priester en Schriftgeleerde. Even later staat hij met zijn perkamenten boekrol op een houten verhoging, een soort preekstoel. En hij leest en leest, uren achtereen. En de oren van heel het volk zijn gespitst. Geweldig zoveel aandacht voor het Woord van God.

Het is duidelijk dat de Geest aan het werk is. We zouden dit gedeelte in Nehemia 8 ‘Klein-Pinksteren’ kunnen noemen, of Oudtestamentisch Pinksteren. En wat is één van de belangrijkste eigenschappen van de Geest? Dat Hij mensen overtuigt van zonden. Zo ook hier.
Vooral nadat de woorden uit de Wet klinken: ‘Vervloekt is een ieder die de woorden van deze wet niet uitvoert door ze te houden.’ Ineens ervaren de hoorders hoe groot hun zonden en tekorten zijn. Er ontstaat verslagenheid. Diep berouw. Net als op de Pinksterdag in Handelingen 2.

In het volgende hoofdstuk lezen we dat ze dagen later hun zonden belijden en de ongerechtigheden van hun vaderen. Het wordt een dag van nationaal berouw.
Op zondag 15 november. zal in ons land in heel veel kerken, inclusief de Morgensterkerk, ook schuld worden beleden. Schuld omdat de kerk de eeuwen door ten opzichte van het volk Israël vaak heeft gezwegen waar gesproken moest worden, vaak heeft weggekeken waar gehandeld moest worden, vooral ten tijde van de Tweede Wereldoorlog.

En als ik nog weer even terugga naar die Nieuwjaarsdag in Nehemia 8, dan gebeurt er iets wat we nooit zouden verwachten. Dan zeggen Ezra en Nehemia en de Levieten dat het volk niet moet huilen. Maar dat de vreugde in de Heere hun kracht moet zijn. En dan denk je: Waarom zo snel het berouw over de zonde wegwuiven? Waarom zo snel een doekje voor het bloeden? Zachte heelmeesters maken immers stinkende wonden. Bovendien werkt de droefheid naar God toch bekering uit.
Toch bedoelen degenen die zeggen dat er niet gehuild moet worden, niet dat dit verkeerd zou zijn. Tranen over de zonden zijn juist goed. Maar niet op deze heilige dag. Deze dag moet de vreugde in de Heere hun kracht zijn.

Dankdag is ook een feestelijke dag. Een heilige dag. Een dag apart, om vol dankbaarheid naar Gods huis te komen. En al diegenen die gebukt gaan onder tranen dan? Zij die zoveel slagen moesten incasseren? Toch wordt ook hun voorgehouden op een bijzondere dag als Dankdag, ook niet te huilen. Maar stil te zijn voor God. Vanuit dit gedeelte mogen we elkaar voor Dankdag, maar ook daarna, de vreugde in de Heere voorhouden.

En dat weet ik dat vreugde in de Heere niet los staat van tranen over de zonde. Maar waar we Hem door genade mogen kennen, en mogen delen in het verzoeningswerk van Christus Jezus, zijn er momenten waarop we geroepen worden ook werkelijk vreugde in Hem te bedrijven. En even alle zorgen en moeiten te parkeren. Zijn lof zelfs in de nacht, waarin het donker kan zijn, te bezingen. Zoals de dichter van Psalm 4, die zingt dat de Heere hem meer vreugde in het hart heeft gegeven dan al die anderen die veel grotere oogsten hadden binnengehaald. En zoals Habakuk, die net als wij in crisistijd leefde. En toch belijdt hij dat, ook al groeit er niets meer aan de bomen en op het land en ook al staat er geen rund meer in de stal, hij nochtans van vreugde zal opspringen in de God van zijn heil, van zijn zaligheid. Dat is vreugde in de Heere, ondanks alles. Groot als die vreugde steeds weer onze kracht is. Als die ons er steeds weer bovenuit tilt.

Vanuit het Hebreeuws kunnen we het ook vertalen met de vreugde ván de Heere, zoals de HSV doet. Prachtig ook als de vreugde ván God onze kracht is. Als we door genade mogen weten dat de Heere vreugde aan ons beleeft. Dat Hij naar ons kijkt door het transparante bloed van Zijn Zoon, waardoor alle zonden en smetten worden weggefilterd. En Hij naar ons kijkt alsof we nooit zonden gekend noch gedaan hebben. Dat te weten geeft grote kracht.

Het woordje ‘kracht’ wijst op een sterk toevluchtsoord. Om daar te schuilen. Groot om in tijden als deze veel te schuilen in de vreugdeburcht van onze God. Om daar te huppelen van zielenvreugd. Een voorbode van de eeuwige, volmaakte vreugde in Hem, die komt!

Ds. H. Liefting

Start typing and press Enter to search