Meditatie mei 2018

In de wolken

De prachtige foto op de voorkant van deze Kerkklanken stemt mij weer tot meditatie. Wolken, die lichtend maar ook donker dreigend zich aftekenen tegen het blauw van een stralende hemel. Beide kanten zitten er aan deze hemeltekenen. Van de Heilige God wordt gezegd dat er rondom Zijn troon ‘wolken en donkerheid’ zijn. Rond Sinaï’s berg waren zware wolken, met bliksem en donder. De hemelen zijn verheven boven de aarde, het terrein van de Heilige God, voor Wie ons op aarde alleen maar ontzag en eerbied past.

Toch zijn er ook liefelijke wolken. De wolk die in de woestijn een weldadige schaduw gaf aan Gods volk op weg naar het Beloofde Land. En vooral de wolk die de discipelen op de Hemelvaartsdag hebben gezien aan een verder strak blauwe lucht. De ‘wolkenwagen’ waarin hun Heere en Heiland de heerlijkheid werd binnengedragen, hun Hoofd en troost van Zijn lichaam, Zijn Kerk nog op aarde. Hun Heere was in de wolken, en daarom mochten Zijn discipelen met vreugde terug gaan naar Jeruzalem. Want in Hem mag ook Zijn kerk – in geloof – al ‘in de wolken’ zijn. In de hoop en verwachting dat Hij zal wederkomen op de wolken met heerlijkheid, zoals Hij beloofd heeft.

De wolken, ze herinneren me ook aan een mooi gedicht van Marinus Nijhoff. Ik wil het hierbij graag aan u doorgeven:

De Wolken

Ik droeg nog kleine kleeren, en ik lag
Lang-uit met moeder in de warme hei,
De wolken schoven boven ons voorbij
En moeder vroeg wat ‘k in de wolken zag

En ik riep: Scandinavië, en: eenden,
Daar gaat een dame, schapen met een herder-
De wond’ren werden woord en dreven verder,
Maar ‘k zag dat moeder met een glimlach weende.

Toen kwam de tijd dat ‘k niet naar boven keek,
Ofschoon de hemel vol van wolken hing,
Ik greep niet naar de vlucht van ‘t vreemde ding
Dat met zijn schaduw langs mijn leven streek.

Nu ligt mijn jongen naast mij in de heide
En wijst me wat hij in de wolken ziet,
Nu schrei ik zelf, en zie in het verschiet
De verre wolken waarom moeder schreide-

Het is niet als zodanig een ‘christelijk gedicht’, maar toch, als ik de weemoed en het verlangen van eerst de moeder en daarna de oud geworden zoon lees, dan kan ik me toch niet aan de indruk onttrekken dat er met die ‘verre wolken’ meer bedoeld is dan een aards sfeerbeeld. Was de moeder van Nijhoff ook niet de vrouw die op het schip voer bij de beroemde brug van Bommel? ‘Ik ging naar Bommel om de nieuwe brug te zien…… De laatste regels van dit gedicht geven mij de associatie met de moeder van dit gedicht. Al varend over de rivier van het leven, boven alles uitziende:

Het was een vrouw. Het schip dat zij bevoer
kwam langzaam stroomaf door de brug gevaren.
Zij was alleen aan dek, zij stond bij ‘t roer,
en wat zij zong hoorde ik dat psalmen waren.
O, dacht ik, o, dat daar mijn moeder voer.
Prijs God, zong zij, Zijn hand zal u bewaren.

Dat perspectief brengt ons inderdaad ‘in de Wolken’.

Ds. M. A. van den Berg

Start typing and press Enter to search