Meditatie maart 2017

D’opgeploegde voren

De voorkant van onze Kerkklanken geeft mij vaak inspirerende gedachten. Het mooie kleurrijke schilderij van Vincent van Gogh laat een vers geploegd land zien, klaar voor het zaad en de oogst daarop verwacht. Het past uitstekend bij deze tijd van het jaar. De biddag voor gewas en arbeid die we op woensdag 8 maart mogen houden stamt nog uit de tijd dat de seizoenen van de landbouw het dagelijks leven bepaalden. We zijn dat in deze moderne tijd wat kwijt geraakt. Zoetermeer was eens, nog niet zo lang geleden, een dorp waarop het duidelijk was dat het brood van het graan kwam en de melk van de koe. Nu is het een stad waar kinderen denken dat alles uit een fabriek komt. Daarom is het meer dan nostalgie, ook een zegen, als er momenten zijn dat wij beseffen hoe we – hoe dan ook – leven mogen van het land dat God nog zegenen wil. Anders is alles dor en ijdel. We zingen niet voor niets in Psalm 65:7 :

De Godsrivier doet G’overvloeien
En op ’t bereide land
Het nuttig koren welig groeien.
Uw Goddelijke hand
Maakt ‘d’opgeploegde voren dronken
Tot uit de weke kluit,
Waar ’t droppelend nat is ingezonken,
Gezegend voedsel spruit.

Bij dit schilderij zijn er nog wat gedachten die opgeroepen worden, en die mij doen denken aan gedichten. Heel bekend zijn de regels uit het gedicht van Adriaan Roland Holst, dat ‘De Ploeger’ heet:

Ik zal de halmen niet meer zien
Noch binden ooit de volle schoven
Maar doe mij in den oogst geloven
Waarvoor ik dien…….

Minder bekend is het gedicht van de helaas te zeer vergeten dichter Werumeus Buning. Een van de bal-laden die hij schreef kwam spontaan in mijn herinnering boven. Het verbindt de eenvoudig ploegende boer met het Kruis van Golgotha en de hele wereldgeschiedenis. Het is de Ballade van den boer:

Er stonden drie kruisen op Golgotha,
Maar de boer hij ploegde voort.
Magdalena, Maria, Veronica,
Maar de boer hij ploegde voort.
En toen zijn akker ten einde was,
Toen keerde de boer de ploeg
En hij knielde naast zijn ploeg in het gras,
En de boer, hij werd verhoord.
Zo menigeen had een schone droom,
Maar de boer hij ploegde voort.
Thermopylae, Troja, Salamis,
Maar de boer hij ploegde voort.
Het jonge graan werd altijd groen,
De sterren altijd licht,
Gods woord streed in de wereld voort
En de boer heeft het gehoord.

Men heeft de boer zijn hof verbrand,
Zijn vrouw en os vermoord;
Dan spande de boer zichzelf voor de ploeg,
Maar de boer hij ploegde voort.
Napoleon ging de Alpen op
En hij zag de boer aan ‘t werk,
Hij ging voor Sint-Helena aan boord
En de boer hij ploegde voort.

En wie is er beter dan een boer,
Die van de wereld hoort,
En hij ploegt niet, wat er al geschiedt
Op deze akker voort.
Zo menigeen lei de ploegstaart om,
En deed het werk niet voort,
Maar de leeuwerik zong hetzelfde lied,
En de boer hij ploegde voort.

Heer God! De boer lag in het gras,
Toen droomde hij deze droom:
Dat er eindelijk een rustdag was
Naar apostel Johannes’ woord.
En de kwaden gingen hem links voorbij
En de goeden rechts voorbij,
Maar de boer had zijn naam nog niet gehoord
En de boer hij ploegde voort.
Eerst toen de boer die hemel zag
Zo vol van lichte schijn,
Toen spande hij zijn ploegpaard af,
En hij veegde het zweet van zijn voorhoofd af,
En hij knielde naast zijn stilstaand paard,
En hij wachtte op Gods woord.

Een stem sprak tot aarde, hemel en zee
En de boer heeft haar gehoord:
“Ter wille van de boer die ploegt
Besta de wereld voort!”

Ds. M. A. van den Berg

Start typing and press Enter to search