Meditatie maart 2016

‘EN AL HET MIJNE IS HET UWE, EN HET UWE IS HET MIJNE’ (JOHANNES 17:10)

We nemen bij wijze van meditatie een stukje op van de preek die Maarten Luther heeft gehouden over het Hogepriesterlijk Gebed, dat Jezus vlak voor Zijn kruis en opstanding voor de Zijnen heeft gebeden tot de Vader:

Zoals Christus Zich tegenover u gedraagt, met u omgaat, u lokt, verdraagt en troost, en zoals Hij u beloften geeft en u beweldadigt, zo is het ook met de Vader. Met andere woorden: er valt voor u in Christus niets te zien of te horen, of u ziet en hoort de Vader.

Op dit thema heeft Johannes in zijn Evangelie steeds weer gehamerd. Hij wil dat wij zullen laten varen alle hoge en verheven gedachten en speculaties waarmee de rede zich onledig houdt, en waarmee spitsvondige mensen zich bezighouden, die buiten Christus om God zoeken in Zijn oneindige majesteit. Wij moeten zien op Christus Die door God gelegd is in de moederschoot en in de kribbe, en Die aan het kruis heeft willen hangen. Maar zij die willen opklimmen tot in de hemel en willen uitzoeken hoe God daar zit en hoe Hij de wereld regeert, maken zich schuldig aan uiterst gevaarlijke bespiegelingen, die niet deugen.

Het is ons niet geoorloofd het hoger te zoeken dan hier beneden, waar God te vinden is. Wilt u God zoeken en wilt u weten Wie Hij is en wat Hij doet, en wat er in Hem leeft, dan moet u Hem zoeken waar Hij te vinden is, dáár waar Hij Zichzelf gelegd en gesteld heeft. En dan kunt u hier beluisteren in dit woord: ‘Al het Uwe is het Mijne!’ Een christen zal niet anders mogen willen weten dan dat God te zoeken en te vinden is alleen in de schoot van de maagd Maria en aan het kruis, of hoe en waar Christus Zich in Zijn Woord openbaart!’

Tot zover Luther.

Ds. M.A. van den Berg

Start typing and press Enter to search