Meditatie juni 2017

De wieken naar de wind zetten

Het is opnieuw een foto die ons aan het denken zet. Wat heeft die Oud-Hollandse molen nu te maken met waar het op het Pinksterfeest om gaat? Toch is het verband voor de hand liggend. Wat is een molen als er geen wind is? Net als een zeilschip, dat dobbert op het meer en geen meter vooruit komt. Hoe mooi de molen ook is, hoe rank en van alle tuig voorzien het zeilschip, zonder wind komt er geen beweging.

Op de Pinksterdag was het één van de begeleidende tekenen van de komst van de Heilige Geest. Er ‘was een geluid als van een ‘geweldig gedreven stormwind’.  Dat was een openbaringsteken bij het heilswonder. Hier komt God, de Heilige van Israël, JHWH, de HEERE Zelf tot Zijn gemeente. De ramen van het huis staan open, of ze werden open geblazen en het Huis van gebed werd vervuld. In het Oude Israël manifesteerde God Zich ook vaak in al Zijn macht als de God van storm en donder. Zelfs de heidenen waren er diep van onder de indruk. Zoals een mens zich klein voelt als Hij wandelend op het strand met de zon in het gezicht zich omdraait om terug te keren en ineens de donkere wolken aan ziet rollen, en de donder hoort en het waaien voelt, dat alles overweldigt.

Wind maakt ons klein en doet ons onze machteloosheid voelen, zeker als de windkracht de 11 en 12 te boven gaat. Maar wind is ook een heilzaam en nuttig verschijnsel in de natuur als we er gebruik van kunnen maken. Niet dat we de wind zouden kunnen opsluiten of opvangen.  In het boek Job staat een prachtig beeld, dat God het ‘gewicht’ van de wind bepaald heeft. Wat weegt de wind?  Hoe zwaar is die? Dat heeft God bepaald!  Wij krijgen de wind nooit in onze greep, maar de wind grijpt ons op alle mogelijke manieren aan, en als Gods winden waaien, dan blijft er niets van ons overeind.

Jezus zegt tegen Nicodemus in Johannes 3 over dat wonderlijke ongrijpbare werk van de wedergeboorte door de Geest:  ‘de wind waait waarheen hij wil en u hoort zijn geluid, maar u weet niet waar hij vandaan komt en waar hij heen gaat, zo is het met iedereen die uit de Geest geboren is.

Tegenwoordig maken we dankbaar gebruik van windenergie. Talloze molens, die wat schoonheid het niet halen bij die oude molen op de voorkant, worden overal neergezet. Waar wind is, daar mag ze worden benut. Maar wind maken, en wind sturen, dat lukt niet. Zo kunnen wij het werk van Gods genadige doorwerking niet sturen. Dat hoeft ook niet. Als God de winden van Zijn genade laat waaien is het zaak dat wij er biddend en afhankelijk gebruik van maken. Dat we als het ware in de wind gaan staan, als een molen. De bovenkant van de molen kan draaien, om zich naar de wind te keren, om zo nuttig te worden tot malen of bemalen. Zoals een zeil zich naar de wind keert zodat de bolling van de wind het scheepje voort gaat drijven. Wij zijn puur afhankelijk van de kracht van Gods Geest, we kunnen zelfs niets maken, wat nuttig en tot leven is. Maar wat een wonder, als we de Heere verwachten, en de winden Gods gaan waaien, dan mogen wij onze machteloze wieken naar die Wind richten, en dan brengt de Geest er beweging in. Is dat niet het leven van genade? De Naam des Heeren aanroepen om zalig te worden. Om vruchtbaar te worden, zoals een molen dat is die zijn taak vervult? Wij mogen zo na Pinksteren onze gebedswieken naar de Wind zetten: Veni Creator Spiritus, kom Schepper Geest!  Zoals het Pinkstergebed uit Hooglied: ‘Ontwaak, noordenwind, en kom zuidenwind, waai door mijn tuin, zodat de geur van de specerijen zich verspreiden.’

Ds. M. A. van den Berg

Start typing and press Enter to search