Meditatie juni 2016

GOD IS NIET VER VAN ONS (Hand. 17: 27-28)

Aan de voet van de heuvel Areopagus in Athene – een van de beroemdste historische plekken uit de oudheid – bevindt zich een bijzondere plaquette. Het is de Griekse tekst van de redevoering die de apostel Paulus gehouden heeft in de hoofdstad van de antieke cultuur en wetenschap van zijn dagen. In Handelingen 17 kunnen wij deze vinden.

Zonder ook maar iets af te doen van de unieke boodschap van Kruis en Opstanding van Christus – voor de Joden een ergernis en de Grieken dwaasheid – probeert de apostel vanuit de bewogenheid van zijn hart zo dicht mogelijk bij het hart te komen van ongelovigen, die God niet kennen en bij wie God toch binnen wil komen. Al het zoeken naar wijsheid ten troost van de wereld, of het nu is door genotzoekers zijn of ernstige denkers, blijkt vergeefs. Maar dat betekent niet dat God zich ver van hen houdt. Integendeel, Paulus spreekt ze bijzonder aan vanuit Gods nabijheid. De God Die ze niet kennen is dichterbij dan ze weten en willen weten. ‘Hij is niet ver van een ieder van ons’, zeg Paulus, ‘Want in Hem leven wij, bewegen wij ons en bestaan wij; zoals ook enkele van uw dichters gezegd hebben: Want wij zijn ook van Zijn geslacht.’ Zelfs een woord van de heidense filosoof Aratus mag worden gebruikt om Gods zoekende liefde aan het hart te brengen.

Toch betekent deze nabijheid nog niet dat er zondermeer een overgave plaats vindt, waarin de Onbekende God, door Wie allen leven, ook de bekende God wordt in Christus Jezus. Het Evangelie zoekt ons zeer nabij op, maar werkt ook als een kortsluiting op onze gedachten en verlangens. God kennen gebeurt alleen door de dood en opstanding van Christus, door het sterven en opstaan met Hem. Ook sterven aan al onze wijsheid, om uiteindelijk niets of niemand over te houden en geen andere wijsheid meer te wensen dan ‘Jezus Christus en Die gekruisigd en opgestaan’.

‘Ou makran apoenos ekastou’- zo staat het er in het Grieks. Niet ver van ieder van ons. Opdat wij ook niet ver van de Levende God zullen blijven!

Calvijn zegt over dit vers ook nog het volgende: ‘De laatste zin heeft twee delen: dat het de plicht van de mensheid is om God te zoeken, en dat God Zelf tot ons komt om ons te ontmoeten, en dat Hij Zichzelf laat zien door zichtbare tekenen zodat wij geen excuus hebben voor onze onwetendheid. Laten wij ons daarom in gedachtenis roepen dat de mensen dit leven kwaadwillig misbruiken en onwaardig zijn om op aarde te wonen als ze zich niet met al hun studie eraan wijden om God te zoeken. En zeker, niets is meer absurd dan dat mensen hun Maker niet kennen, Die vooral voor dit doel het bijzondere vermogen van hun verstand gegeven is.

En we moeten in het bijzonder de goedheid van God daarin opmerken dat Hij Zichzelf zo nabij wil geven, dat zelfs blinden Hem kunnen aangrijpen. Waar ook de mensen hun ogen heenwenden, naar boven of naar beneden, overal zien ze de oneindige beelden van Gods macht, wijsheid en goedheid oplichten. Want God heeft Zijn glorie in de schepping niet met duisternis overschaduwd, maar Hij heeft overal zulke manifeste merktekenen ingegraveerd, dat zelf blinden Hem mogen kennen door Hem aan te grijpen. Hieruit maken wij op dat mensen niet alleen blind maar dom als stenen zijn, als zij geholpen door zulke excellente getuigenissen daarvan niet profiteren.’

Ook dat getuigenis mag vandaag nog klinken, waar ook maar een heuvel van menselijke wijsheid en kennis te vinden is. God is niet ver van ons, opdat wij niet ver van Hem zullen blijven, maar met ons verstand en hart ons tot Hem bekeren door de kracht van Christus’ opstanding.

Ds. M.A. van den Berg

Start typing and press Enter to search