Meditatie juli 2016

Deze maand geen meditatie in verband met de vakantie van ds. v.d. Berg. Daarom een korte toelichting op de voorkant van de Kerkklanken van deze maand.

SAMUËL WORDT GEROEPEN – 1 Sam. 3:1 – 14
Op deze plaat wordt uitgebeeld het nadertreden Gods tot Samuël. Het licht van God omstraalt hem. Samuël wordt getekend in jeugdige argeloosheid, welke in houding, gebaar en gelaatsuitdrukking uitkomt. Hij ligt nog op het rustbed, terwijl hij met verwonderde en verwachtende blik heen ziet naar het licht dat nader komt. Zijn hele wezen drukt uit, wat zijn mond heeft gezegd: Spreek, want uw knecht hoort. Het is voor het eerst, dat hij Gods openbaring ontvangt. Vandaar, dat hij zijn eerbied niet betoont in een voorgeschreven gebedshouding, maar door het schuchter gebaar van gehoorzaam ontzag, dat half bewust ontstaat, zuiver en geboeid.

Samuël ligt op een stenen bank in een vertrek, een soort voorportaal, van het eigenlijke heiligdom. Het vertrek is van dat heiligdom gescheiden door een balustrade van steen en gebakken klei. Op de balustrade verheft zich een houten zuil, die op een stenen voetstuk staat. Vóór de balustrade staat een koffer, bewaarplaats van kledingstukken, die zulk een belangrijke betekenis hebben bij allerlei heilige handelingen. In een nis in de wand staan enige voorwerpen: een grote kruik, een beker en een albasten kruikje van Filistijns maaksel.

Vóór Samuëls bed staan zijn sandalen en een zuiltje met een primitieve lamp. Van het heiligdom is slechts een klein gedeelte zichtbaar: enige rijen stenen en terzijde het reukwerkaltaar, met daarvoor een vat bestemd voor de as. De zevenarmige kandelaar is zelf niet zichtbaar. Maar van zijn licht zien we wel de weerkaatsing op de houten zuil en op het reukwerkaltaar. Ook op de wierookschaal, die op het altaar staat en op de altaarhoorn. De laatste is donker van het bloed, dat er aan is gestreken. (Leviticus 4:7) Het licht, dat de kandelaar geeft, wordt op dit grote ogenblik ver overtroffen in kracht door het verblindende licht, dat de tekenaar zich dacht, uitgaande van de Heere, die aan de jongen verschijnt. Vandaar de zware slagschaduw links van koffer en altaar.

Nog enkele opmerkingen zijn te maken over de “verantwoording” van enkele onderdelen van deze plaat.
Het wierookvat werd getekend naar een wierookschaal van aardewerk, gevonden in Lachisch. Het asvat is afgebeeld naar een vondst in Megiddo. De voorstelling van het tempelgebouw berust op archeologische vondsten, zoals die gedaan zijn in Gezer en Lachisch. De vorm van de bank, waarop Samuël rust, werd in verschillende woningen aangetroffen. Er ligt een matras op, zoals men die gewoonlijk in Egypte gebruikte en een kussen van een geitenvacht. De standaard, waarop de lamp staat, werd gevonden in Gezer. De lamp zelf is antiek; het is een schaal van klei, waar voor het bakken een tuit werd ingeknepen. In de schaal deed men olie, in de tuit stak een pit. Op de balustrade staat een flesje; dergelijke reukwerkflesjes waren van een roodgekleurde terra-cotta en werden in noord-Syrië gemaakt. Zij worden in Palestina zowel als in Egypte veelvuldig gevonden. Samuël is gekleed in een loshangend gewaad, een smalle, langwerpige baan stof met een halsopening in het midden. Aan de hoeken hangen kwasten (sisit)zoals voorgeschreven wordt in Numeri 15:38.

Uit: J.H. Isings uit ‘Zestig Bijbelplaten’; de uitleg van Wolf Meesters bij de afbeelding.

Start typing and press Enter to search