Meditatie januari 2016

BREVIEREN MET MAARTEN LUTHER

Het nieuwe jaar ligt als een onontgonnen land voor ons. De foto op de voorkant van de Kerkklanken laat een ‘woest en ledig’ landschap zien, zoals bij de schepping van Genesis 1 verhaald wordt. Indrukwekkend en groots. Maar in dit landschap is een kleine zilveren stroom van water, dat zich baan breekt vanuit de bron. Een beeld van wat het Woord van God als klare bron van Leven voor ons betekenen mag, als we daarbij blijven mogen.

Het is een oud-kerkelijke traditie om de Schrift te lezen met een zekere orde van elke dag. ‘Brevieren’ heet dat. Onze dagelijkse Bijbellezing, soms naar een oud rooster, soms gewoon van het begin tot het einde is een goede en zegenrijke zaak. De ‘heiligen ons voorgegaan’ mogen ons daarbij ook ten dienste zijn, als we hun brevier volgen. Onlangs kwam er een klein boekje op de markt dat van Maarten Luther voor elke dag een woord van overdenking biedt. Het is de vertaling van een verzameling van Luthermeditaties van 1738. Ik ga het dit jaar gebruiken bij mijn dagelijkse bijbellezing, naast andere hulpmiddelen. Misschien is het ook een tip voor u of jou. Maar ook als je een ander dagboekje kiest, laat er de dagelijkse geze-gende regelmaat zijn om elke dag tijd in te ruimen voor een woord voor het hart.

Van de Nederlandse vertaling (uitgave De Banier, 2015) van Luthers Brevier (woorden voor elke dag) geef ik graag de eerste overdenking van 1 januari als meditatie voor de Kerkklanken van deze maand door:
‘En als acht dagen vervuld waren, dat men het Kindeke besnijden zou, zo werd Zijn Naam genaamd Jezus, welke genaamd was van de engel, eer Hij in het lichaam ontvangen was’ (Lukas 2:21)

“Terecht is Zijn Naam Jezus, dat betekent in het Duits ‘Verlosser’ (Heiland). Want in het Duits noemen we iemand Heiland die helpt, verlost , zalig maakt en iedereen tot heil wordt. Zo iemand wordt in het Hebreeuws “Jezus’’ genoemd. Zo zei de engel Gabriël tegen Jozef in zijn slaap: ‘en zij zal een Zoon baren en gij zult zijn naam heten Jezus; want Hij zal Zijn volk zalig maken van hun zonden’(Mattheüs 1:21). Daarom heten we allen naar Hem christenen, allen naar Hem Jezus, allen naar Hem Heiland. Zoals Hij heet, heten wij ook, zoals Paulus schrijft in Romeinen 8:24; ‘Want wij zijn in hope zalig geworden.’ Daarom is er gene maat aan de status en eer van een christen. Dat zijn overvloedige rijkdommen van Zijn goedheid, die Hij over ons uitgiet, opdat ons hart vrij, vrolijk, vredig en onverschrokken is en zo de wet gewillig en graag onderhoudt.’

Ds. M. A. van den Berg

Start typing and press Enter to search