Meditatie februari 2019

Gods zorg voor de wereld

Als meditatie zou ik voor deze maand graag een stukje uit een preek van de kerkvader Augustinus aan u mee willen geven. Hier is het begin en het eind uit een preek over Gods providentia, Zijn voorzienigheid n.a.v. Romeinen 2:3

De preek begint als volgt: ‘Zojuist, broeders en zusters, hebt u de lezing van de heilige apostel Paulus gehoord. Daarin zegt hij dit: Denkt u soms dat u, een mens die zelf doet wat hij veroordeelt bij anderen, het oordeel van God kunt ontlopen?  En zo verder over dat thema. Door die lezing voel ik mij aangesproken door de Heer. Als Hij me helpt kan ik u iets vertellen over de zorgzaamheid waarmee Hij alle mensen wil omringen.

Want ja, veel mensen willen daar helemaal niet aan! Ze zien in dit leven, in het menselijk bestaan, een hoop belangrijke dingen die op het eerste gezicht willekeurig en zinloos zijn. Daar kunnen ze totaal geen logica of lijn in bekennen. En daarom denken ze dat het niets te maken heeft met ene plan van God die de touwtjes in handen heeft, het is allemaal ‘pure willekeur’.

Eén zo’n belangrijk ding was de aanleiding voor de lezing. De heilige apostel reageert hier namelijk op een idee dat bij velen leeft, en wel het volgende: ‘God draagt zorg voor het menselijk bestaan? Dan zou Hij toch nooit criminelen en atheïsten in leven laten!’ Nou nou, ze vinden het verkeerd dat er atheïsten leven, maar zelf komen ze met atheïstische praatjes tegen God…

De les van de apostel biedt in dit geval het antwoord. Denkt u soms, zegt hij, dat u, een mens die zelf doet wat hij veroordeelt bij anderen, het oordeel van God kunt ontlopen? Veracht u dan zijn onbegrensde goedheid, geduld en verdraagzaamheid? Weet u niet dat zijn goedheid u tot inkeer wil brengen? U bent hardleers en wilt niet tot inkeer komen! Zo maakt u dat de straf waartoe God u veroordeelt op de dag dat Hij zijn rechtvaardig vonnis uitspreekt en uitvoert, alleen maar zwaarder wordt. God beloont ieder mens naar zijn daden.

Dus hoezo geen zorg van God voor de mensheid? Hij beloont ieder mens naar zijn daden.

Uiteindelijk komt Augustinus na allerlei redeneringen die hij terecht wijst tot deze slotsom: ‘Maar wat ons betreft is dat niet alles. Er is meer dan die heldere zichtbare tekens aan de hemel en op aarde, wij hebben ook ons geloof En daarin vinden we een heel zeker bewijs dat de mensheid God ter harte gaat Een zo sterk bewijs dat we dit niet mogen ontkennen, nee, dat zelfs twijfel taboe is. Dat bewijs is Jezus Christus, Hij die de gestalte van God had, maar zijn gelijkheid aan God niet vasthield, maar er afstand van deed. Hij nam de gestalte aan van een slaaf en werd gelijk aan de mens. En als mens verschenen heeft Hij zich vernederd en werd gehoorzaam tot in de dood – de dood aan het kruis.

De mensen gaan God niet ter harte? Om hen is Gods Zoon mens geworden! God draagt geen zorg voor het leven van de mensen? Voor hen heeft Gods Zoon de dood doorstaan!

(,……)

Kortom, God zorgt wel degelijk voor de mensheid. En dat niet alleen, zijn zorg is ook heel intens. Het allergrootste en zekerste bewijs daarvoor is de mens Christus; de realiteit van zijn geboorte, het geduld bij zijn lijden, de macht van zijn verrijzenis.

Tot zover Augustinus.

M. A. van den Berg

Start typing and press Enter to search