Meditatie februari 2018

De gehoorzame Borg
Onze Heere Jezus Christus, is van de Vader in deze wereld gezonden, heeft ons vlees en bloed aangenomen, heeft de toorn van God (waaronder wij eeuwig hadden moeten verzinken) van het begin van Zijn menswording tot het einde van Zijn leven op de aarde voor ons gedragen, en alle gehoorzaamheid en gerechtigheid van de Goddelijke wet voor ons vervuld.

Nadat de Heilige Geest als een duif op de Heere Jezus was neergedaald, zoals gesproken was door de profeet Jesaja ‘Op Hem zal de Geest van de HEERE rusten: de Geest van wijsheid en inzicht, de Geest van raad en sterkte, de Geest van de kennis en de vreze des HEEREN’ en nadat de Vader vanuit de hemel had doen horen: ‘Dit is Mijn geliefde Zoon, in Wie Ik Mijn welbehagen heb!” wordt de Heere veertig dagen verzocht door de satan, de duivel.

Op de voorpagina zien wij dit door Rembrandt verbeeld. Aan de duivel is door de vleugels nog te zien dat hij een engel was maar de heerlijkheid van de Heere omschijnt hem niet meer. Integendeel. Rembrandt geeft hem weer in een aantal cirkels die verbeelden dat wat in zijn invloedsfeer komt, wordt ‘doorgekrast’. De Heere noemt hem duivel, satan, verzoeker. Dat is zijn naam. Dat is zijn wezen. Mensenmoordenaar van het begin die God Zijn volk ontrooft door hen door ongehoorzaamheid in zijn invloedsfeer te brengen. Nog. Elke dag. Hebben wij er nog erg in? ‘Opdat de satan over ons geen voordeel krijge’ zegt Paulus, ‘want zijn gedachten zijn ons niet onbekend’.

Listig is hij. Hij kent Gods Woord heel goed, maar hij verdraait het altijd deels of helemaal. ‘Is het ook dat God gezegd heeft…’ Bij nette mensen als Adam en Eva kan hij niet aankomen met een voorstel voor brute zonden. Het moet subtiel en suggestief. Spreekt God de hele waarheid wel? Zou Hij niet iets achter houden? Doet Hij wel wat Hij zegt? Is Hij zo volkomen betrouwbaar als Hij zegt. En dan Godvrezende mensen, die wijken van het kwaad. ‘Is het om niet, dat Job God vreest?’ ‘Strek Uw hand maar eens uit en tast alles aan wat hij heeft, dan zal hij U wel in Uw aangezicht vloeken.’

We zien op de voorpagina de Heere Jezus in de binnenste cirkel om de duivel, in zijn invloedsfeer. Hij zit. Hij is moe van veertig dagen strijd. Hij heeft een enorme honger. Hij is mens! (Lukas heeft niet om niet juist hier Zijn geslachtsregister vermeld!) gezalfd met de Heilige Geest en met een getuigenis van de Vader. Maar zo moe, en zo hongerig. Maar Hij houdt hard en hoofd en hand samen. Keert de satan de rug toe en houdt Zijn rug recht. Kijk maar eens goed. Doen wij dat ook? Wat is er in ons hart? Voor welke gedachten is er plaats in ons hoofd. Wat doen onze handen? Keren wij ons naar de verzoeker? Valt er door hem met ons wel te praten? Zullen we beschaamd ons hoofd maar buigen? Maar nogmaals Hij is mens! ‘Want waarin Hij Zelf geleden heeft, toen Hij verzocht werd, kan Hij hen die verzocht worden, te hulp komen.’

‘Is het ook dat God gezegd heeft … dat U ‘Zijn geliefde Zoon bent?’ Dat moet dan toch maar eens blijken, want is dat wel waar? En dan zo’n honger? Daar kan en mag Gods Zoon wel wat aan doen. Maar … Hij is door de Geest in de woestijn geleid. Om verzocht te worden. ‘Hij verootmoedigde u, Hij liet u hongerlijden en Hij liet u het manna eten, dat u niet kende en ook uw vaderen niet gekend hadden, om u te laten weten dat de mens niet alleen van brood leeft, maar dat de mens leeft van alles wat uit de mond van de HEERE komt.’ Dat heeft Jezus geantwoord. Hij is moe, Hij heeft honger, maar dat is Gods wil die Hij gehoorzaamd.

‘Is het ook dat God gezegd heeft … dat Hij Zijn engelen aangaande U bevel zal geven?’ Dat moet dan toch maar eens blijken, want is dat wel waar? U kunt gerust op God vertrouwen “in al uw wegen”, dat staat in Zijn Woord.‘ ‘Want Hij zal voor u Zijn engelen bevel geven dat zij u bewaren op al uw wegen. Zij zullen u op de handen dragen, zodat u uw voet aan geen steen stoot.’ De verzoeker kent Gods Woord en verdraait het niet. Zo staat het er toch maar.‘ En Jezus zei tot hem: er is ook! geschreven: ‘U mag de HEERE, uw God, niet op de proef stellen, zoals u Hem bij Massa op de proef gesteld hebt.’ Dat mag niet, Dat doet Hij niet. Hij gehoorzaamt.

Verzoeker waar kom je vandaan? ‘Van het rondtrekken over de aarde en van het rondwandelen erover.’ Dat is immers mijn domein, daar heb ik mijn volgelingen. Maar de verzoeker had bij de Jordaan meegeluisterd toen er een stem klonk van één die roept in de woestijn ‘Maak de weg van de Heere gereed, maak Zijn paden recht.’ Het ging mis, mensen luisterden daarnaar en beleden hun zonden. En dan nog wat: ‘Om de moeitevolle inspanning van Zijn ziel zal Hij het zien, Hij zal verzadigd worden.’ Jezus is moe, Hij heeft honger. En dan nog meer moeitevolle inspanning van Zijn ziel? Het kan ook wel zonder al die moeitevolle inspanning. Even de rug niet recht houden. Keert U zich maar naar mij, dan krijgt U het zonder moeitevolle inspanning. God legt een kruis op, maar bij mij kan het zonder. Jezus zegt: ‘U moet de HEERE, uw God, vrezen, Hem dienen en bij Zijn Naam zweren.’ Hij houdt hard en hoofd en hand samen. Hij volhardt de HEERE te gehoorzamen.

We zien Jezus in de invloedsfeer van de verzoeker. We horen Hem driemaal uit Mozes antwoorden. Wie heeft er geen belangstelling voor het oude testament? Wie kent ‘Mozes’ nog niet uit z’n hoofd? ‘Neem de helm van de zaligheid en het zwaard van de Geest, dat is Gods Woord’.

We zien Jezus alleen! in de invloedsfeer van de verzoeker. Waar is God, waar zijn de engelen? Job betekent ‘waar is mijn vader?’ Van Job staat geschreven: ‘In dit alles zondigde Job niet en schreef hij God niets ongerijmds toe.’ Hoeveel te meer zullen wij dat van Jezus zeggen. De gehoorzame Borg die zegt: ‘Ik vind er vreugde in, Mijn God, om Uw welbehagen te doen; Uw wet draag Ik diep in Mijn binnenste.’

Onze Heere Jezus Christus, is van de Vader in deze wereld gezonden, heeft ons vlees en bloed aangenomen, heeft de toorn van God (waaronder wij eeuwig hadden moeten verzinken) van het begin van Zijn menswording tot het einde van Zijn leven op de aarde voor ons gedragen, en alle gehoorzaamheid en gerechtigheid van de Goddelijke wet voor ons vervuld.

‘Toen liet de duivel Hem gaan; en zie, engelen kwamen en dienden Hem.’ ‘Degenen die verzocht worden komt Hij te hulp.’

R. Schot

Foto: De verzoeking in de woestijn, Rembrandt van Rijn

Start typing and press Enter to search