Meditatie februari 2017

Een Herder zonder gezicht? (enkele gedachten bij Johannes 10 n.a.v. een kunstwerk)

Het houtsnijwerk dat op de voorkant van de Kerkklanken van deze maand is afgebeeld, is opmerkelijk. Het lijkt een beeld van de Goede Herder te zijn zoals ik dat nog nooit heb gezien. Zelf nam ik eens een klein houtsnijwerkje mee uit Guatemala, met dezelfde voorstelling. Een herder met een hoedje op, en zo te zien een ernstig gezicht, met een schaap in zijn armen. Een man die zo te zien de zorg voor zijn ene schaap bijzonder serieus neemt. Het staat op een plank in mijn studeerkamer, en ik kijk er wel eens naar. Op mijn bureau staat al meer dan twintig jaar een beeld van een herder, omringd met  schapen, een staf in zijn hand. Belijdeniscatechisanten gaven mij dat als herinnering aan hun belijdeniscatechisatie. Het is mij blijvend een dierbare zichtbare herinnering aan mijn roeping, om onder de zegen van de Goede Herder pastoraal = herderlijk dienst te mogen doen voor jong en oud. Zo hebben een belijdenisgroep van onze gemeente eens spontaan mijn studeerkamer omgedoopt tot ‘Herdershut’ door een houtsnijbordje met die naam.  Het staat in het raam zichtbaar aan de buitenkant, als een welkom aan de schapen van de kudde, die zeker niet mijn kudde is, maar die van de Grote Herder der schapen. Die zal mij eens vragen hoe ik Zijn schapen heb geweid in de grazige weiden van Zijn Woord.

Maar nu de voorkant van deze maand. Wat moeten we nu met een Herder zonder gezicht?  Ik weet niet wat de houtsnijder ermee bedoeld heeft. Is het beeldje gewoon nog niet klaar en moet het gezicht nog worden uitgesneden? Of is het de bedoeling dat we er niet één bepaald gezicht bij krijgen, zoals hij het zich voorstelde, of zoals wij het zouden willen zien? Is het omdat de Goede Herder in allen die pastorale zorg mogen geven voor Zijn schapen en lammeren ook vele gezichten kan krijgen?

Het is apart dat we geen afbeelding van de Heere Jezus hebben vanuit het Evangelie. We weten niet hoe Hij er heeft uitgezien. We weten wel dat zijn gezicht vol bewogenheid en liefde gericht was naar de schapen zonder herder… ‘Met innerlijke ontferming bewogen’. Zijn ogen waren zo sprekend, dat elke afbeelding misschien toch te gefixeerd zou zijn. Niet ons beeld van de Goede Herder, maar zijn Stem, Zijn Woord zijn voor ons bepalend. En dat is niet onduidelijk! Daarvan vinden we alleen in Johannes  10 al zoveel dat niemand bang hoeft te zijn, dat deze Herder onbekend zal blijven.

Misschien blijft het gezicht achterwege vanwege de heilige huiver waarmee we vaak uit eerbied voor het unieke van Jezus een portret van Hem achterwege laten.  Zeker, Hij was mens onder de mensen, en in Zijn dagen hebben ze Zijn gezicht zeker kunnen zien. Maar wie Hem echt wilde kennen, moest daarachter Zijn hart leren kennen, en dat wordt duidelijk vanuit Zijn Woord. ‘Mijn schapen horen Mijn Stem, en zij volgen mij.

Nog één gedachte bij dit beeldje. Zou de kunstenaar er ook misschien iets mee hebben willen uitdrukken naar al die herders toe, die door Hem geroepen zijn?  Niet één gezicht voldoet, maar zijn wij niet geroepen om als het ware zijn Evangelie gezicht te geven door Zijn herderlijke liefde af te stralen in onze pastorale omgang met elkaar. Dan zou je er ook je eigen gezicht op kunnen plakken…….

Kortom, liever een Herder zonder gezicht maar met een Stem, een Stok en een Staf, dan een herder zoals wij Hem willen zien maar die niets laat horen.

Ds. M. A. van den Berg

Start typing and press Enter to search