Meditatie februari 2016

‘EN HIJ GAF ONDERWIJS…’ JEZUG BEGINT MET PREKEN. (LUKAS 4:14-30)

Het eerste en belangrijkste werk dat Jezus in Zijn rondwandeling op aarde komt doen is preken. Minder spectaculair misschien dan de wonderen die Hij doet, en die Hem misschien makkelijker ‘populair’ zouden kunnen maken, in de letterlijke zin van het woord ‘geliefd bij het volk’.

Dat preken roept ook heel wat op. Zijn eerste preek in zijn vaderstad lijkt veelbelovend maar dreigt uiteindelijk uit te lopen op een lynchpartij. Ze willen Hem van de steilte gooien… zo ergert Hij de hoorders, door eenvoudig het Evangelie te brengen, dat heden de Schrift in hun oren vervuld is. Hij is de gekomen Zaligmaker, de vervulling van al Gods beloften. Maar omdat hij de gewenste wonderen niet doet onder zijn bekenden, worden ze boos en willen ze Hem kwijt.

Wie preekt heeft te maken met weerstand. Wij willen er zomaar niet aan, dat de Woorden van het Eeuwige Leven het moeten doen. Toch heeft het God behaagd om door de prediking van het Woord zalig te maken die geloven. Ook al maken de woorden het ons niet naar de zin, integendeel, misschien zijn ze zo juist wel tot zaligheid. Ze spreken dwars tegen onze verlangens in, maar ze geven ons wat Gods welbehagen en welwillendheid naar ons toe biedt.

Op de voorkant van de Kerkklanken van deze maand staat een prachtige ets van Rembrandt. Deze uitlegger van de Schrift laat Jezus zien terwijl Hij staat te spreken. Hij geeft onderwijs. Zijn gezicht is één en al bewogenheid met de hoorders. Zijn opgeheven handen maken de zegen zichtbaar. Hij staat in het witte licht van God, ‘In Uw licht, zien wij het licht’. Hij wordt omringd door mensen, de meesten zijn ouderen. Ze luisteren, maar hun gezichten verraden nog niet zoveel. Links zit een jonge vrouw, zo lijkt het, die heel dichtbij naar zijn voeten kijkt, ze durft Hem niet aan te kijken, misschien juist wel omdat ze zo dichtbij zit. De man links naast Jezus lijkt een denker, met zijn hand onder zijn kin. Hij geeft zich zomaar niet gewonnen, hij moet er nog eens goed over nadenken. Het zou zomaar kunnen zijn dat er ook bij zijn die helemaal niet echt luisteren, die in slaap sukkelen, zoals we uiterst rechts zien zitten. Een bleke vrouw zit voor Jezus, maar ze kijkt Hem niet aan. Het lijkt alsof ze in de verte staart, is ze geraakt door wat Hij zegt en ziet ze uit naar boven? Kortom, een heel gemengd en herkenbaar gezelschap rond de prediker, geloof, twijfel, kritiek, onverschilligheid, diepe overdenking, het is allemaal aanwezig. Maar Jezus laat Zich door de reacties niet van het spoor brengen van Zijn prediking. Hij weet dat het Woord doen zal wat God behaagt en voorspoedig zal zijn in hetgeen waartoe Hij het zendt

Éen figuurtje is wel heel bijzonder. Dat kind op de voorgrond. Zijn priktol, met het touw er omheen ligt naast hem. Hij ligt op zijn buik met de rug naar Jezus toe. Zie je wel, zouden we kunnen zeggen, preken is helemaal niet voor kinderen, die kunnen er totaal niet bij. Jezus’ woorden gaan hoog over hem heen. En toch zouden we ons daarin wel eens kunnen vergissen. Tenminste, dat gevoel krijg ik bij de manier waarop Rembrandt dit kind heeft getekend. Misschien volgt hij er wel meer van dan die eerwaarde toehoorders achter hem. In ieder geval laat hij zijn tol even met rust. En wat hij doet vind ik verrassend. Hij schrijft met zijn vinger in het zand. Alsof hij de woorden die hij hoort direct vast wil leggen, ook al begrijpt hij de volle omvang nog lang niet. Hij schrijft kinderlijk in het zand. Wat Jezus Zelf ook eens doen zal, als onwelwillende hoorders Hem in Zijn woorden willen vangen. Is het wijzen en verstandigen soms niet verborgen, omdat het aan de kinderen wordt geopenbaard? Hoe dan ook, Jezus’ prediking  gaat onverdroten door, tot de dag van vandaag: ‘En Hij gaf onderwijs…’

Ds. M. A. van den Berg

Start typing and press Enter to search