Meditatie december

Licht dat ons aanraakt……

Gelukkig dat er lantaarns zijn. Je merkt het als je over de snelweg gaat en kilometers lang is de verlichting uit gelaten. Je went wel aan het donker, maar je kunt niet van je af zien. Je moet extra alert zijn als het licht uit gaat.

Er is een gedicht van de jonge dichter Gerrit Achterberg, het tweede uit zijn eerste bundel Afvaart, dat bij mij boven komt. Daarin staat een lantaarn (zie voorkant Kerkklanken) letterlijk centraal. Het beschrijft de ervaring van een afscheid van een geliefde, die wegloopt. Je moet het als het ware voor je zien, als iemand in het donker van je weg loopt, terwijl je zelf wanhopig blijft staan. Het lijkt eerst of de schaduw die door de lantaarn steeds langer wordt, naar je toe komt, hoe verder ze zich verwijdert in de richting van het licht. Maar zodra ze onder de lantaarn doorgelopen is, schiet de schaduw ineens weg en is de geliefde die afstand neemt verder dan ooit. Het gedicht is als volgt:

Zij ging bij mij vandaan
Het licht van de lantaren tegen
Haar lange schaduw lag tot aan mijn voeten.
Zó heeft zij voor het laatst mij willen groeten
Met ’t dierbaarst dat ik van haar had gekregen
Haar hoofd – en is toen in het licht vergaan.

Het Licht van Christus is echter van een geheel andere orde. Hij loopt niet van ons weg, integendeel, Hij komt in de duisternis van zonde en dood naar ons toe gsneld! Vanuit de hemelse heerlijkheid van Zijn Vader, naar de wanhopige duisternis van ons mensen. Die door het gemis van Zijn glans een eeuwige nacht tegemoet gaan. Opdat wij in Hem het Licht van genade zouden mogen omhelzen.

Zijn Licht gaat precies de tegengestelde weg. Door de het Licht van het Evangelie werpt Hij Zijn Glans al voor Zich uit. Het Licht, Christus Jezus Zelf, schijnt in de duisternis. Ten tijde des avonds zal het licht zijn, had Zacharia al geprofeteerd.  Het Licht dat ons aanraakt in de duisternis van onze verlorenheid.. De lange schaduw van Zijn heilsweg, die uiteindelijk tot de ontmoeting leidt, waarin we Hem mogen omhelzen. Het Licht schijnt in de duisternis, heeft Johannes al gesproken in Zijn Evangelie. En al hebben velen de duisternis liever gehad dan het licht, toch heeft Hij er ook voor gezorgd dat ‘zo velen als Hem aangenomen hebben, kinderen Gods genoemd mogen worden, die in het Licht van Zijn Aangezicht hun heil mogen omhelzen.

Wie dit gedicht omgekeerd ziet, merkt dat Christus’licht niet van ons afgaat, geen licht wat ons in duisternis laat, maar het Licht van Zijn genade, dat ons met Kerstfeest reddend aanraakt: In UW Licht zien wij het Licht!

Ds. M. A. van den Berg

Start typing and press Enter to search