Meditatie augustus 2017

Dankdag Voorbereiding

“Groot bent U, Heer, en ten zeerste lovenswaardig! Groot is Uw macht en Uw wijsheid heeft geen getal! En loven wil U een mens, een deel van Uw schepping, ja een mens die zijn sterfelijkheid met zich omdraagt, die met zich omdraagt het getuigenis van zijn zonde en het bewijs dat U de hovaardigen weerstaat. En toch wil hij U loven, die mens, een deel van Uw schepping. U zet hem aan om er vreugde in te vinden U te loven, want U hebt ons gemaakt naar U, en ongerust is ons hart totdat het zijn rust vindt in U” zo begint Aurelius Augustinus zijn “Belijdenissen”.

Augustus is de oogstmaand. Op de voorpagina een gedeelte van een schilderij van Vincent van Gogh waarop het gele goud van de akkers rond Arles wordt geoogst en opgetast. Reeds in juni want daar kan men eerder oogsten, evenals in Israël waar Pinksteren (de eerstelingen van de gerst, tarwe en korenoogst) in juni wordt gevierd. Op een niet afgebeeld gedeelte van het doek wordt het ook in een soort graansilo opgeslagen. Het doet denken aan Jozef waarvan geschreven staat dat hij zeer veel koren bijeenbracht, als het zand van de zee, totdat men ophield te tellen: want daarvan was geen getal. (Gen 41:49) Het is als slechts een handvol koren begonnen (in diezelfde juni maand 1888 schilderde van Gogh “De zaaier”) zoals in Psalm 72: “is er een handvol koren op het land, op de top van de bergen, de vrucht daarvan zal ruisen als de Libanon;”

Het is toch met de biddag begonnen “Vraag de HEERE om regen ten tijde van de late regen. De HEERE maakt de onweerswolken, en Hij zal hun regen geven voor ieder gewas op het veld” (Zach 10:1) En na gebed, regen en zegen is “de landbouwer verwachtende de kostbare vrucht van het land, en heeft daarbij geduld, totdat het de vroege en late regen zal hebben ontvangen.” (Jak 5:7)

En dán is het tijd voor de oogst. Tegenwoordig in veel werelddelen (maar lang niet overal) door weinigen met machines uitgevoerd, maar nog niet zo lang geleden ook hier de gezamenlijke inspanning van velen van het volk. Dat roept in onze gedachten het beeld op van Naomi en Ruth die in Bethlehem (Broodhuis) aankwamen, aan het begin van de gersteoogst. Maar ook aan Boaz (in hem is kracht) die tegen zijn maaiers zei: “De HEERE zij met u! En zij zeiden tegen hem: De HEERE zegene u!” Boaz die ook zegt: “Laat haar ook tussen de schoven rapen en val haar niet lastig. Ja, laat ook opzettelijk voor haar wat vallen uit de bundels aren en laat het liggen, zodat zij het op kan rapen, en bestraf haar niet.” Boaz is onderwezen uit de boeken van Mozes: “Zeven weken moet u voor uzelf aftellen. U moet de zeven weken beginnen te tellen vanaf het moment dat men met de sikkel begint te oogsten in het staande koren. Daarna moet u het Wekenfeest houden voor de HEERE, uw God. Wat u geven moet, is een vrijwillige gave van uw hand, naar de mate waarin de HEERE, uw God, u zegent. En u moet u verblijden voor het aangezicht van de HEERE, uw God, u, uw zoon en uw dochter, uw slaaf en uw slavin, de Leviet die binnen uw poorten is, en de vreemdeling, de wees en de weduwe die in uw midden zijn, op de plaats die de HEERE, uw God, zal uitkiezen om Zijn Naam daar te laten wonen. En u moet gedenken dat u een slaaf geweest bent in Egypte en deze verordeningen in acht nemen en houden.” (Deut 16:9-12)

Augustus oogstmaand, vakantiemaand. Gelegenheid om even tussen de akkers te wandelen, het oogsten te aanschouwen, misschien wel een handje te helpen en de woorden van God ons in herinnering te roepen. En het onderwijs uit Jezus mond, al verschrikt Zijn woord ons ten aanzien van ónze oogst, waarbij wij Hem en Zijn heilige geboden door Mozes ons gegeven niet meer in het oog hebben: “Maar God zei tegen hem: Dwaas! In deze nacht zal men uw ziel van u opeisen; en wat u gereedgemaakt hebt, voor wie zal het zijn? Zo is het met hem die voor zichzélf schatten verzamelt en niet rijk is in God.” (Luk 12:20,21) Gelukkig vervolgt de Heere Zijn onderwijs nog “Let op de raven: zij zaaien niet en maaien niet, zij hebben geen voorraadkamer en geen schuur, en God voedt hen. Hoever gaat u de vogels te boven?” (Luk 12:24) Wat een diep ontroerende vraag! Wat zegt de Heere ons?

Dankdag voorbereiding. Zeven weken beginnen te tellen om dan vrijwillige(!) gaven te geven “Wat u geven moet, is een vrijwillige gave van uw hand, naar de mate waarin de HEERE, uw God, u zegent.”

Allemaal uit het oude testament? Jawel, maar het nieuwe testament is uiteraard daaraan geheel gelijk, luister maar naar Paulus: “En dit zeg ik: Wie karig zaait, zal ook karig oogsten; en wie zegenrijk  zaait, zal ook zegenrijk oogsten. Laat ieder doen zoals hij in zijn hart voorgenomen heeft, niet met tegenzin of uit dwang, want God heeft een blijmoedige gever lief. En God is bij machte elke vorm van genade overvloedig te maken in u, zodat u, wanneer u in alles altijd al het nodige bezit, overvloedig kunt zijn in elk goed werk. Zoals geschreven staat: Hij heeft uitgestrooid, hij heeft aan de armen gegeven; zijn gerechtigheid blijft tot in eeuwigheid. Hij nu Die de zaaier zaad verschaft, moge ook brood tot voedsel schenken en uw zaaigoed doen toenemen en de vruchten van uw gerechtigheid vermeerderen. Zo zult u in alles rijk worden, in staat tot alle vrijgevigheid, die door middel van ons dankzegging aan God teweegbrengt. Want het betonen van deze dienst vult niet alleen de tekorten van de heiligen aan, maar is ook een overvloedige bron van vele dankzeggingen aan God, want door dit bewijs van dienstbetoon verheerlijken zij God vanwege de onderdanigheid aan het Evangelie van Christus, overeenkomstig uw belijdenis, en vanwege de gulle handreiking aan hen en aan allen. En in hun gebed voor u verlangen zij vurig naar u vanwege de alles overtreffende genade van God over u. Ja, God zij dank voor Zíjn onuitsprekelijke gave! (2 Kor 9:6-15)

U zet óns aan om er vreugde in te vinden U te loven, want U hebt ons gemaakt naar U, en ongerust is ons hart totdat het zijn rust vindt in U”

 R. Schot

Start typing and press Enter to search